Natuurwandeling Klei en vallei Tielrode
Tielrode
Een zuidelijk georiënteerde helling met kleilagen, bedekt met
vruchtbare grond en een visrijke rivier, waren de redenen dat Tielrode
reeds bewoond was tijdens de Romeinse tijd.
De naam 'Tigelrodo' verschijnt voor het eerst in 866 en is afgeleid
van het Germaanse 'tegula' (=tegel) en 'ropa' (=gerooid bos).
Klei
Tijdens het geologisch tijdvak het Rupeliaan, ca. 38 tot 32 miljoen
jaar geleden, werden door de zee metersdikke kleilagen afgezet.
Door verschuivingen van het aardoppervlak, werd Midden-België
langzaam opgeheven, terwijl Nederland wegzakte. De zee trok zich
terug in noord-noordoostelijke richting en de Vlaamse vallei werd
gevormd.
De compacte, stugge Boomse klei kon meer weerstand bieden aan de
erosie en bleef bovensteken als de Wase Cuesta .
Het Provinciaal Domein Roomacker is een
waardevol biotoop met drie oude kleiputten. Deze visrijke putten
zijn ideale plaatsen voor Fuut, IJsvogel en Aalscholver.
Kuifeend komt er talrijk overwinteren. Het is ook een belangrijk
gebied voor libellen en amfibieën.
De flora telt ruim 200 plantensoorten.
Vallei
Durme en Schelde domineren het valleilandschap.
Sedert de 12de eeuw, na de doorbraak van de Schelde naar zee via
de Honte (nu Westerschelde), kennen we hier een getijdenwerking
met dagelijks tweemaal hoog en tweemaal laag water met een niveauverschil
van 5 meter (bij springtij 6 meter en meer).
Voordien vond de Schelde haar weg naar zee langs de Oosterschelde
en waren de getijden maar voelbaar tot in Antwerpen.
Vanaf Rupelmonde is het water van de Schelde stroomopwaarts, samen
met de Rupel en de Durme, zoet en kunnen we spreken van een zoetwatergetijdenrivier.
Met haar slikken en schorren is het een uniek biotoop, dat beschermd
wordt met het Europees Vogelrichtlijngebied 'Plan Blauwborst'.
Rietgors, Kleine karekiet en Blauwborst zijn zomergasten in de rietschorren.
Wintertaling, onze kleinste eendensoort verkiest massaal (tot 2000
ex.) de Durme als overwinteringsgebied.
Typische planten in zoetwaterschorren zijn Spindotterbloem en Groot
warkruid.
De Sint-Jozefskapel werd ingewijd op 13 april 1913 en is een verbouwing
van de eerste parochiekerk van Tielrode (17de eeuw). Reeds in de
10de eeuw was hier een bidplaats opgericht door de abdij van Lobbes.
Op de plaats van het oud kerkhof werd een ommegang ingericht met
zeven kapelletjes: de zeven smarten en vreugden van Sint-Jozef.
Op de eerste zondag van juli vindt hier de 'Paardenzegening' plaats.
De stoet door Tielrode vertrekt aan de Sint-Elooikapel .
De potpolder is een gecontroleerd overstromingsgebied van 97ha en
is een onderdeel van het Sigmaplan, opgesteld na de overstromingsramp
in 1976.
De potpolder is volledig omringd door een dijk op Sigmahoogte
(8m); alleen aan de Scheldeoever is een gedeelte slechts 6,8m hoog,
zodat bij stormvloed het Scheldewater in de polder kan lopen. Stormvloed
is een combinatie van springtij (volle en nieuwe maan) en zware
noordwestenwind.
Dit gebied is interessant voor Kievit.
De Wase Cuesta situeert zich van Waasmunster tot Rupelmonde.
Een cuesta is een landschapsvorm met een steile helling (front)
en een zwakke helling (rug).
In Tielrode is de cuesta 30 m hoog.
De Durmemonding was tot 1240 gelegen ter hoogte van Temse. Door
een dubbele dijkbreuk ontstond er een doorsteek van de Schelde naar
de Durme. Een deel van de Durme werd Schelde en de vroegere Scheldeloop
werd afgesloten (huidige Oude Schelde). Een nieuwe Durmemonding
was geboren ter hoogte van Hamme en Tielrode.
|